De geur van verse koffie, het zachte gerinkel van hangers en een gezellige babbel op de achtergrond. Als je binnenstapt bij De Kledingkade in Katwijk merk je het meteen: dit is geen doorsnee tweedehands winkel. Hier draait het om mooie merken, duurzaamheid en… om mensen helpen. “We zijn niet zomaar een tweedehands winkel,” vertelt Sandra Grimbergen, een van de drijvende krachten achter De Kledingkade.
Samen met Jacqueline de Heer runt Sandra deze kledingwinkel al bijna 12,5 jaar. “We willen dat mensen hier met plezier komen snuffelen. Dat ze trots de deur uitlopen met een mooie aankoop.”
Wat niet iedereen weet, is dat De Kledingkade meer doet dan kleding verkopen. Achter de schermen is er een warme samenwerking met de Voedselbank. Kleding die na een tijdje niet wordt verkocht, of door klanten niet wordt opgehaald, krijgt daar een tweede kans. “Iedere week komen de mannen van de Voedselbank zakken met kleding ophalen,” vertelt Jacqueline. “Soms zes zakken, soms wel vijfentwintig. Zeker als we van seizoen wisselen, hebben we flinke opruiming.”
Boost
Bij de kledingwinkel van de Voedselbank hangt daardoor kleding die je niet meteen zou verwachten. Merken als Nukus, Amaya Amsterdam,10 Days, Black Bananas en soms een jas of trui van Stone Island. “Mensen denken vaak dat als je het minder breed hebt, je ook genoegen moet nemen met minder kwaliteit,” zegt Sandra. “Maar kleding kan iemand echt een boost geven. Als jij een mooie outfit aantrekt, voel je je sterker. Dat helpt soms net om die sollicitatie aan te durven gaan, of om op school mee te kunnen doen.”
Zo vertelt Sandra over een meisje dat kleding kreeg via de Voedselbank. “Haar moeder zat in de schuldsanering en zij kwam trots vertellen dat ze wist dat haar jas van ons kwam. Het kaartje zat nog in de zak,” glimlacht Sandra. “Dat soort momenten geven ons echt voldoening.”
Textielcontainer
De samenwerking met de Voedselbank begon klein, maar is inmiddels een vaste stroom geworden. Sandra en Jacqueline merken dat de meeste mensen die kleding inbrengen bij De Kledingkade daar ook graag aan meewerken. “Mensen willen ruimte in hun kast, maar vinden het belangrijk dat hun kleding goed terechtkomt,” zegt Jacqueline. “Je kan het natuurlijk naar een textielcontainer brengen, maar dan weet je niet waar het eindigt. Hier weet je dat het direct iemand helpt, gewoon in de regio.”
De dames hadden ook kunnen kiezen voor een goed doel ver weg, maar de keuze voor de Voedselbank was logisch. “Er is hier dichtbij genoeg armoede,” vertelt Sandra. “Waarom zou je dan verder zoeken? Dit is win-win. Mensen doneren lokaal, en de kleding komt terecht bij mensen die het hard nodig hebben.”
Hip
Waar tweedehands kleding vroeger misschien wat schaamte opriep, is dat nu totaal anders. “In het begin stonden tienerdochters nog wat aarzelend in de deuropening,” herinnert Jacqueline zich. “Nu struinen ze zelf de rekken af. Het is hip om tweedehands te shoppen en steeds meer mensen doen het bewust. Voor de portemonnee, maar ook voor het milieu.”
De Kledingkade ziet een mix aan klanten: van studenten tot gezinnen, en zelfs modieuze middelbare scholieren die hun weg weten in de wereld van tweedehands mode. “Sommige kleding hangt hier met het kaartje er nog aan,” lacht Sandra. “Mensen kopen online, sturen te laat terug en dan belandt het hier. Voor een fractie van de nieuwprijs.”
Toekomstplannen
In september vieren Sandra en Jacqueline hun 12,5-jarig jubileum. Plannen voor de toekomst zijn simpel: doorgaan met waar ze goed in zijn. “We merken dat de drempel om tweedehands te kopen steeds lager wordt,” zegt Sandra. “En dat is mooi. Want zo kunnen we nóg meer betekenen voor anderen. Voor onze eigen klanten, maar indirect ook voor de klanten van de Voedselbank.”